Het Comité wordt geraadpleegd over het verzoek van Vivaqua om haar tarieven te indexeren, dat steunt op het feit dat deze sinds 2014 niet meer werden geïndexeerd en er tegelijkertijd grote infrastructuurkosten te verwachten zijn. Vivaqua vraagt subsidies aan het Gewest om haar financiële ratio’s te kunnen nakomen en om te kunnen blijven lenen voor de financiering van de werken. Een weigering om de tarieven te indexeren zou hogere subsidies noodzakelijk maken.

Het Comité stelt vast dat de indexering van de tarieven in één keer zou moeten gebeuren, wat een sociale weerslag zal hebben, met name voor de meest kwetsbare huishoudens. Een plotselinge inhaalbeweging zou gevolgen hebben voor de toch al ingewikkelde budgettaire situatie van kwetsbare huishoudens. Bij het beheer van een krap budget is het criterium van de voorspelbaarheid van de kosten immers van niet te verwaarlozen belang. Voor huishoudens met een structurele schuldenlast is zelfs een bescheiden maar onvoorspelbare stijging (in die zin dat het budget wordt gepland op basis van de facturen van de voorgaande jaren) niet haalbaar.

In dit verband werd tijdens de debatten over kwetsbare huishoudens uiteengezet dat het sociaal fonds onmiddellijk van toepassing is. Van de 1,8 miljoen euro die in het kader van dit fonds aan de OCMW’s werd gestort, wordt 600.000 euro besteed aan werkingskosten. Een verhoging van de bijdrage aan het sociaal fonds met één cent zou deze kosten dekken.

Om een te grote weerslag van een prijsstijging op kwetsbare huishoudens te vermijden, worden er al sociale maatregelen overwogen, in coördinatie met de sociale diensten. Op te merken valt ook dat het regeerakkoord voorziet in de oprichting van een werkgroep over wateronzekerheid en de invoering van een sociaal tarief. Het Comité betreurt niettemin dat de prijsstijgingen zeker zijn, terwijl de geplande versterking van de sociale bescherming nog niet effectief kan worden ingeroepen door kwetsbare huishoudens.

In het licht van deze factoren zou het dan ook aangewezen zijn dat het denkproces om de weerslag van de tariefindexering te verzachten wordt voorgezet en zo snel mogelijk resultaten boekt.

Daarnaast zou het interessant te zijn om na te denken over de component ‘huishouden’ met betrekking tot sanering. Het Comité is overigens voorstander van een ruimere reflectie op de tariefstructuur voor huishoudelijk watergebruik, met name op het vlak van de recuperatie van de saneringskosten in verhouding tot het verbruik.

Bijgevolg beveelt het Comité aan dat:

  • het denkproces om de weerslag van de tariefindexering te verzachten wordt voorgezet en zo snel mogelijk resultaten boekt;
  • snel een ruimere reflectie op de tariefstructuur voor huishoudelijk watergebruik wordt aangevat, met name op het vlak van de recuperatie van de saneringskosten in verhouding tot het verbruik.